Op 20 juni 2018 hebben wij van de familie van Ken Thiis vernomen dat heden ochtend Ken Thiis is overleden.
Ken is bijna 94 jaar oud geworden. Wij wensen zijn familie en vrienden alle sterkte toe.
Ken was 3 weken geleden ongelukkig gevallen en hier niet meer bovenop gekomen.

Gedurende vele jaren bezocht Ken onze stad Eindhoven, de stad die hij in 1944 hielp bevrijden van de Nazi’s.
Wij verliezen een dierbare vriend die ons altijd weer wist te boeien met zijn verhalen en grapjes.

Hieronder leest u het verhaal over zijn tijd in de oorlog.

  • Facebook

Veteraan Britse Geallieerden
Drager van de Legion d’Honneur

“Je vroeg je af waarom je eigenlijk met elkaar die rotoorlog moest voeren…”

Ken Thiis was 20,5 jaar toen hij met het 8ste bataljon van het Middlesex Regiment, een ‘Machine Gun Batallion’ , in Normandië in juni 1944 voet aan wal zette.

Voor hem zouden de oorlogshandelingen in Noord-Duitsland eindigen, toen de Duitsers zich al hadden overgegeven. “Wij lagen ergens in Noord-Duitsland in positie. Een Duitse boer was bezig om gier over zijn land uit te rijden. Maar dat deed hij pas wanneer hij wist dat de wind onze kant op blies. Ik waarschuwde de man om dat niet nog eens te doen. Maar hij deed het toch. Toen schoot ik met mijn bren (een volautomatische lichte mitrailleur) de tank lek en leeg. De boer was ontzettend kwaad. ‘Ik had het je toch gezegd”, voegde Ken de boer toe. “I warn only once” (‘Ik waarschuw maar één keer.”).

Vanuit Frankrijk was hij met zijn eenheid opgetrokken naar België en vervolgens naar Nederland. “Het leek voor ons wel of we thuis kwamen, zo goed werden we hier in Nederland ontvangen”, herinnert hij zich. Kamp Vught was al door andere eenheden bevrijd toen hij daar in oktober 1944 aankwam. Maar zeventig jaar later springen de tranen hem nog in de ogen, wanneer hij samen met andere veteranen in het herdenkingsmonument Kamp Vught een film te zien krijgt over de Jodenvervolging in Nederland en de beestachtige behandeling van de Joden in het SS-kamp. Het was het eerste concentratiekamp dat de geallieerden te zien kregen. “From that moment on we would not take prisoners anymore”, was het commentaar van Ken. De haat jegens de Duitsers was allesoverheersend. Als tijdens een rondleiding door het kamp iemand van het gezelschap nog een grapje maakt door goedkeurend op een matras te kloppen, zeggend: “Die lagen beter dan wij”, bijt Ken hem toe: “But we had no dogs biting us.”

Die haat verdween toen Ken met andere Duitse burgers in contact kwam – jaren zouden hij en zijn (inmiddels gestorven) vrouw nog contact hebben met een Duits echtpaar met wie ze echt bevriend raakten. “Je vroeg je af waarom je eigenlijk met elkaar die rotoorlog moest voeren.”

Hoewel er strikte instructies van hogerhand waren om met de vijand geen vriendelijke contacten te onderhouden, was de praktijk weerbarstiger. Een officier gaf heem eens een standje toen hij naar diens smaak te aardig was voor Duitse burgers. “Zo in de buurt van de Nederlandse grens, verliep de frontlijn heel grillig. Je wist niet of je met Duitsers of Nederlanders te maken had. Ik sprak geen van beide talen. Dat vertelde ik die onderofficier ook. Die hield vervolgens zijn mond. De instructie is later goddank ook ingetrokken. Er viel gewoon niet mee te werken.

Over de oorlogshandelingen waarbij hij betrokken was, wil hij niet zoveel kwijt. Oorlog is verschrikkelijk. “Je moet ook alles doen om een oorlog te vermijden. Maar als dat niet meer kan, en de vrijheid staat op het spel, dan heb je geen keus meer. Dan moet je vechten.”

Het Britse leger is letterlijk door een hel gegaan. In drie maanden tijd, sinds de landing in Normandië, verloren ze 45.000 manschappen. “Je onthoudt het liefste de leuke herinneringen die er ook wel waren, wanneer je even niet aan het front hoefde te zijn.” Maar onder zulke zware druk, waar bijna elk moment je leven op het spel staat, verander je totaal. “Je wordt min of meer een dier. Je moet het hebben van je instinct wil je overleven.” En dat terwijl zijn vader nog had gezegd toen hij zich voor Normandië inscheepte: “Houd jezelf schoon; doe wat je gezegd wordt en blijf uit de buurt van slechte vrouwen.”

Maar één verhaal over zijn oorlogstijd wil hij nog wel kwijt. Wanneer hij in maart 1945 met zijn eenheid de Rijn over moet steken, vraagt zijn commandant hem om achter in de jeep plaats te nemen. “Die had ergens een mandoline opgeduikeld. Vraag me niet hoe hij er aan kwam. Of ik die kon bespelen wilde hij weten. Alleen gitaar, antwoordde ik. Dan kun je ook mandoline, besliste de commandant. Spelen. En zo, onder een hels kabaal van geweer en machinegeweervuur, reden we over de pas gelegde brug de Rijn over.

Ken meldde zich vrijwillig bij het leger toen de oorlog uitbrak. Aanvankelijk werd hij afgewezen omdat hij te jong was. Later kwam hij bij het Cheshire Regiment tot 1941. Daarna, tot 1947 in het Middlesex Regiment. Waarom hij zich indertijd vrijwillig meldde? “We had no choice. There was a war going on.”

Toen Ken Thiis het leger in 1947 verliet werkte hij als leerling technicus zes weken lang op een scheepswerf. Maar dat beviel uiteindelijk niet. Zijn roeping werd de muziek. Jarenlang trok hij door Noord en West-Engeland met een muzikale show waarbij hij gitaar speelde, zong en grapjes maakte. Zijn eigenlijke baan, waarmee hij in zijn levensonderhoud voorzag, was bij Shell UK. “Daar heb ik 30,5 jaar met veel plezier gewerkt.”

En om nog even op de muziek terug te komen. The Beatles zag hij opkomen en uiteenvallen. Wat hij van hun muziek vond? “They ruined the guitar.”