19 september 1941
Het verhaal van Ad Baudoin:

Als jongetje van tien stond Ad Baudoin blootvoets op de Demer om de bevrijders toe te juichen. ‘Het was stralend weer en blote voeten was heel normaal in die tijd want schoeisel was er gewoon niet.’
De Demer zelf bood een troosteloze aanblik. Het had hier in december 1942 bommen geregend toen de RAF de Philipsfabrieken had aangevallen. ‘De Demer was een kale vlakte met de resten van de weggebombardeerde winkels, waarvan alleen de met water gevulde keldergaten nog zichtbaar waren.’
Ad keek in die dagen zijn ogen uit. Staande bij de spoorwegovergang Beukenlaan/Oirschotsedijk zag hij hoe een Amerikaanse Dakota uit de lucht werd geschoten door een Duits jachtvliegtuig. ‘Plotseling werd de staart van de Dakota in brand geschoten. De staart brak af en het toestel stortte roterend neer, terwijl de vleugels afbraken. De Dakota kwam neer op een veld van het PSV-dameshandbal aan de Oirschotsedijk, een paar honderd meter van mij vandaan.’
19 september was een feestelijke dag geweest, maar ’s avonds sloeg de vreugde om in angst. Op het moment dat Duitse bommenwerpers boven Eindhoven verschenen, zat Ad met zijn moeder en drie broers bij familie aan de Beukenlaan.
‘Plotseling hoorden we knallen en zagen we overal lichtflitsen. Aanvankelijk dacht iedereen nog dat het vuurwerk was. Toen het een serieuze aanval bleek, brak er paniek uit. Zeker toen we thuis kwamen in de Tjalkstraat met een groot gat in het dak en een blindganger voor de deur. Mijn moeder durfde het huis niet meer in en was radeloos, ze vluchtte zomaar een eind weg. Ze is opgevangen door een wildvreemde familie in de Zeelsterstraat.’

Ad Baudoin, 2 juni 2014