Eduard Otto Mettivier Meijer

 

Eduard Otto Mettivier Meijer was de zoon van Hubert Mettivier Meijer en Anjenette Huges Hij was als technicus werkzaam bij Philips in Eindhoven, toen hij in het najaar van 1942 door de eveneens bij Philips werkzame ir.D.M.Duinker werd overgehaald om bij het verzet te gaan. Samen werkten zij aan de bouw van clandestiene zenders en ontvangers. M.M. was actief voor de leider van de Inlichtingengroep-Packard, ir. Henk Deinum. Hij stak veel energie aan het maken en verbeteren van zenders en ontvangers in o.a. Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Groningen en Maastricht. Op 6 september 1944 bracht M.M. de zender “St.-Joseph” uit Eindhoven naar Arnhem. Met dit belastende materiaal werd hij door de Duitsers in of bij Nijmegen betrapt. Enige uren later werd hij er bij een vluchtpoging doodgeschoten. Van zijn dood werd in Nijmegen pas op 4 september 1945 aangifte gedaan door zijn 35-jarige broer(?) Hugo Hubertus Mettivier Meijer uit Eindhoven, waarna ook in Eindhoven zijn overlijden werd geregistreerd .

Hij ontving postuum op 14 dec. 1949 de onderscheiding Bronzen Leeuw. Deze onderscheiding wordt toegekend “voor bijzonder moedige en beleidvolle daden in de strijd tegen de vijand”.

Het dagboek van Eduard Otto Mettivier Meijer

De auteur woont in Eindhoven en werkt bij Philips. Dagelijks geeft hij een overzicht van de internationale oorlogsvoering, die hij volgt op de radio. Hij gaat regelmatig naar Bennekom, waar zijn moeder woont. Hij bouwt thuis een recorder, wil van zijn radio een wereldontvanger maken, maakt een decibelmeter en een radiootje. De Japanners bezetten Nederlands Indië en de Jodenster wordt verplicht. De geallieerden vliegen regelmatig over op weg naar Duitsland om te bombarderen. Als het aardappelrantsoen minder wordt, koopt hij jam en meel en bakt cake en brood. Hij eet soms de “Philips-prak” mee, die op het werk te krijgen is. Juli 1942 moet het Philipspersoneel de fiets inleveren. (zijn fiets is al gestolen). De Duitsers brengen gijzelaars om na een poging een munitietrein op te blazen en augustus 1942 wordt begonnen met het wegvoeren van joden uit de grote steden. Hij neemt van de radio op. Eindhoven wordt gebombardeerd door de Engelsen en ook Philips wordt getroffen. Januari 1943 krijgt hij een betere functie. Van Philips vertrekken regelmatig arbeiders naar Duitsland, waar de arbeidsinzet al is ingevoerd. Na Engels gaat hij Frans leren. Als de arbeidsinzet in Nederland verplicht wordt, zijn er razzia’s. Hij slaapt met een koffer naast zijn bed en verstopt zijn dagboek. Maart 1943 ziet hij bij een bezoek aan Den Haag daar de enorme verwoestingen. Als bij een razzia aangebeld wordt, verstopt hij zich. 30 Maart 1943 wordt Philips weer gebombardeerd samen met een telefooncentrale. Als hij een oproep krijgt zich te melden, is zijn reactie “Ze kunnen naar de hel lopen !” De april-mei staking bij Philips verwatert snel, maar er worden wel mensen gedood en gevangen genomen als represaille. Studenten, die de loyaliteitsverklaring niet hebben getekend, moeten zich melden en radio’s moeten ingeleverd worden. Hij vangt met zijn “geheim” apparaat boodschappen uit Engeland op.

"Ze kunnen naar de hel lopen !"

Hij slaapt niet meer thuis, als men weer geprobeerd heeft hem op te pakken. Hij meldt zich ziek. Na een arrestatie zit hij enkele weken in Vught. Hij wordt voorzichtiger, maar wordt weer gearresteerd als hij een geheime zender bij zich heeft, waarmee hij het land afreist. Dit loopt goed af. Bij een volgende arrestatie wordt hij, na een korte celopname in Eindhoven, weer naar Vught gebracht. Hij wordt ondergebracht in een barak, kaalgeschoren en moet een gestreept uniform dragen. Na vrijlating moet hij beloven niet over de kamptoestanden te praten. Eind juli 1943 zet hij zijn illegale radiowerk voort en ontvangt code-berichten van Radio Oranje. Hij ontmoet andere illegale werkers en is druk met illegale werkzaamheden. Hij installeert gedropte illegale zenders in samenwerking met anderen in Groningen, Maastricht, Arnhem, Utrecht en Den Haag. Op zijn werk heeft hij zich weer ziek gemeld. In 1944 zijn er liquidaties door de Duitsers in Groningen. In Eindhoven heeft hij medewerking van politiemensen. Hij heeft verbinding met Londen en vertelt over zijn contacten en contactpersonen in het illegale netwerk en over komende droppings. Kleikamp in Den Haag, waar de gegevens van alle bevolkingsregisters liggen opgeslagen, wordt gebombardeerd. Dit gebeurt enkele weken na doorgave van de locatie. De oorlogvoering gaat steeds voorspoediger voor de geallieerden. Tijdens een vakantie in Friesland hoort hij van de invasie. Hij combineert zijn werk met illegale activiteiten en reist veel. Bij Philips verlaagt men zijn salaris. Ondertussen is hij verloofd met Gerda. De geallieerden komen uit het zuiden oprukken, Parijs is gevallen.

In de bibliotheek van het NIOD is het dagboek aanwezig onder Ned 12.2 Hop
Als bijlagen zijn enige gefotokopieerde pagina’s uit het oorspronkelijke dagboek bijgevoegd en enkele kopieën van gedigitaliseerde foto’s. De vertaling en bewerking is gedaan door H.J.B Mettivier Meijer, zoon van de auteur. Hij heeft het dagboek van een inleiding, nawoord en noten voorzien. De auteur zelf schrijft in het Engels om de taal te oefenen.