Het verhaal van Bert Pulles

Bert Pulles woonde gedurende de oorlogsjaren op de Kloosterdreef 19c te Eindhoven. Daar had zijn vader een bakkerij. Tussen 1927 en 1933 had hij al in Canada gewoond en had hij daar op school gezeten. Hij is kort na de oorlog naar Canada ge-emigreerd.

Op zondag, 17 september 1944, gingen we vanuit de kerk naar huis om het zondagsdiner te nuttigen, als je dat tenminste zo kon noemen. Vlees was erg schaars. Mijn moeder probeerde van alles om het zo uitgebreid mogelijk te maken. Gelukkig voor ons hebben we nooit echt honger geleden omdat we een bakkerij en dus altijd voldoende brood hadden.
Na het eten ging ik naar mijn verloofde Coby. We hadden ons voorgenomen om kort na de oorlog te gaan trouwen. We hoopten dat het snel zou gebeuren omdat we verwachtten dat we snel zouden worden bevrijd omdat de opmars van de geallieerden naar Holland goed leek te verlopen.
Op weg naar de Bondstraat, waar Coby woonde, hoorden we iets wat leek op bombardementen uit de richting van het militaire vliegveld Welschap dat door de Duitsers werd gebruikt. Ik haastte me om haar huis te bereiken omdat ik wist dat Coby erg bang was om gebombardeerd te worden.
Op 6 december 1942 was haar vader -Mr. van Luijt- namelijk omgekomen toen hij op weg was naar een voetbalwedstrijd waarin zijn stiefzoon Cor Smets speelde. Coby en haar zus An gingen toen naar het zojuist geopende cafe Trocadero in de Vrijstraat in binnenstad van Eindhoven. Beiden werden ingesloten op de Demer midden in een luchtaanval op de Philipsfabrieken door de geallieerden.
Ze ontsnapten ternauwernood aan de dood toen alle ramen van de winkelingang waarin ze schuilden, het begaven.
Een meisje dat daar ook stond en die ze niet kenden, werd gedood. Ze zijn er nooit achter gekomen wie ze was.
Net toen ik de Bondstraat in liep zag ik transportvliegtuigen overkomen die gliders trokken. Daarna golf na golf talloze vliegtuigen.
Ik klom op een dak van het huis van de buurman om alles beter te kunnen zien. Kijkend in de richting van Son zag ik de parachutisten uit de vliegtuigen tuimelen.
Nadat ik geen vliegtuigen meer zag overkomen besloot ik naar huis te gaan om te zien wat daar aan de hand was.
Coby vond dat de Bondstraat te dicht bij de Philipsfabrieken lag en zei dat ze de volgende morgen bij ons zou komen.
Ik kon die nacht niet slapen van de spanning. Ik wist dat er iets stond te gebeuren maar wist niet wat.
Vroeg in de morgen maakte vader ons wakker omdat we brood moesten gaan bezorgen. De mensen moesten tenslotte toch eten en hij was er zeker van dat die dag toch niemand naar het werk zou gaan omdat oorlog nu eenmaal oorlog is en iedereen het liefst bij elkaar wilde blijven.
Nadat het brood gebakken was en ik voldoende had om het af te leveren laadde ik mijn bakfiets in en begon met de bezorging.
Mijn eerste klant woonde op de Woenselsestraat: de Houthandel Klerck. Op weg daarheen zag ik Duitsers een 88 mm. kanon in stelling brengen aan de andere kant van de straat bij het huis van Dr. Goyarts. Dat was op de kruising van de
Frankrijkstraat, Woenselsestraat en de Kloosterdreef. Enkele huizen verder zag ik dat er nog een in stelling werd gebracht. Toen begon het tot me door te dringen dat er gevochten zou gaan worden.
Toen ik mijn brood bij de eerste klant had bezorgd ging ik terug naar huis om dat te vertellen en om aan te geven dat we beter bij elkaar konden blijven. Coby was inmiddels daar en was mijn moeder aan het helpen. Ik bleef maar buiten op en neer lopen en werd elke minuut zenuwachtiger omdat ik wist dat er iets stond te gebeuren en ik wilde weten wat. Na enkele keren op en neer gelopen te hebben zag ik plotseling, dicht tegen de huizen aan, soldaten in mijn richting komen van de kant van de Petruskerk.
Ik rende naar hen toe en vroeg of ze Engelsen waren ( Ik had nl.als jongetje 6 jaar in Canada gewoond tussen 1927 en 1933 en had daar de school bezocht) Ze antwoordden dat ze Amerikanen waren. Ik heb hen toen niet naar hun namen gevraagd omdat ik me daar toen niet druk over maakte.

Anno 2003 wonen Bert en Coby Pulles nog steeds in Canada.

Ze hebben 7 kinderen, 18 kleinkinderen en 13 achterkleinkinderen.

Bert Pulles overleed op 3 juni 2006

Captain Shettle, die ik later veel beter leerde kennen, vroeg of ik wist of er Duitsers in de buurt waren. Ik vertelde hem wat ik wist en, liggende op de grond, tekende ik met een stokje een plattegrond in het zand en legde hem uit waar het kanon stond opgesteld. Hij vroeg me of ik hen daar dichter bij in de buurt wilde brengen wat ik deed.
Coby die mijn moeder hielp was boven bedden aan het opmaken. Ze keek vluchtig uit het raam van ons ons huis dat precies tegenover de Runstraat stond. Ze zag twee Amerikanen in de richting van de Kloosterdreef lopen en twee Duitsers vanf de andere kant in hun richting. Kanonnen stonden klaar om in de richting van de Runstraat te vuren. Ze begon naar de Amerikanen te zwaaien en trok hun aandacht. Door gebaren maakte zij hen duidelijk dat ze gevaar liepen. Ze gingen in een portiek staan en namen de Duitsers gevangen toen die voorbij kwamen. Tijdens een van de reunies van de 101st Airborne Division Association bedankte Staff Sergeant John Taylor ( R) haar publiekelijk voor het redden van zijn leven . Sindsdien zijn we goede vrienden en hebben inmiddels 7 reunies bezocht en bellen elkaar enkele keren per jaar. Lt. Russell Hall,leider van het 2de Peleton van de F Compagnie bracht mij en de helft van zijn groep achter de kruidenierswinkel van de familie van Tongelre. Ik leidde hen over hekken en heggetjes achter de huizen door totdat we bij het huis op de hoek van de Frankrijkstraat en de Kloosterdreef aankwamen.
Nadat hij vanachter het huis gekeken had waar het kanon precies stond, vroeg hij om mortieren en munitie.
Terwijl we alles aan het doorpraten waren hoorden we een luide knal en plotselingen regende het stukken mortier en puin. Een kwartier later ontdekte ik dat het Duitse kanon op de slagerij van Leo Wilbers had geschoten omdat ze paratroopers hadden zien naderen.

Russell Hall gaf opdracht de mortier af te vuren en dat was het einde van de oorlog voor de Duitsers die het kanon bedienden. De foto’s die ik je stuurde vertellen de rest van het verhaal. Hall waseen prima militair en leider. Hij is gesneuveld in Veghel op 23 september 1944, op dezelfde dag dat zijn assistent platoon leader Robert Perdue gewond raakte. Ik ging naar huis en zag daar Dr. Goyarts die ik kort tevoren voorbij had zien komen. Hij was het been van mijn vader aan het verbinden omdat die geraakt was door granaatscherven uit het Duitse kanon toen het op de slagerij had geschoten.

De derde man rechts van de Airborne trooper is Bert Pulles. Vooraan het derde meisje rechts, is Riek van Luijt zijn schoonzus, nu Riek van Heuven genaamd. De rechter soldaat is Wiseman. David Kenyon Webster, een veteraan van Easy Company die het boek “Parachute Infantry” schreef, vermeldde achter op de foto de naam van die soldaat en schreef erbij dat hij voor David de meeste van zijn schuttersputjes had gegraven en dat hij een moedige,ruwe en harde mijnwerker was.

Vlnr: Coby, de vrouw van Bert Pulles, Tonni Sloots ( Nu Mevrouw Walenta wonende te Geldrop.)
Antoon van Uden de oom van Bert Pulles.

De namen van de 506de Paratroopers zijn onbekend.