Selecteer een pagina

31 juli 1942 Bommen voor Philips.

Met de Philipsfabrieken had de Duitse bezetter, op 11 mei 1940, een industrie in handen gekregen, die in staat was de meest moderne machines en elektronische apparatuur te ontwikkelen en te produceren. Weliswaar was, tot grote woede van de Duitsers tijdens de meidagen van 1940, een deel van de moderne communicatie- en navigatieapparatuur en de elektronenbuizen afgevoerd naar het Verenigd Koninkrijk; de ontwikkeling- en productiemogelijkheden evenwel waren achtergebleven.
De waarde van de Philips fabrieken was hoog voor de Duitsers en dat wisten de Geallieerden ook.
Eindhoven is diverse malen het doelwit geweest van bombardementen.

De eerste luchtaanval gericht op de Philipsfabrieken werd uitgevoerd in de ochtend van 5 december 1940. Die morgen waren vijf Blenheims van 53 Squadron van het R.A.F. Coastal Command opgestegen van hun basis Thorney Island in Hampshire met Eindhoven als bestemming. Drie van hen vonden het opgegeven doel niet. Eén Blenheim wierp zijn bommen daarop op de haven van Vlissingen, een tweede gooide zijn lading op het vliegveld Haamstede en een derde viel het vliegveld Eindhoven aan. Twee van de uitgezonden toestellen vonden de fabriek wel, maar wierpen hun lading zeer onnauwkeurig af. Alle bommen kwamen in een bosgebied aan de zuidrand van de stad terecht. Deze eerste aanval op de Philipsfabrieken stond aanvankelijk gepland voor de middag van 2 december 1940. Het veel te mooie weer zonder wolkendekking was echter de oorzaak, dat deze aanval werd uitgesteld.

De volgende aanval op de Philipsfabrieken vond plaats in de nacht van 30 op 31 juli 1942. Vier Douglas Boston III vliegtuigen van 418 (R.C.A.F.) Squadron, die waren opgestegen van het vliegveld Bradwell in Essex, hadden als opdracht een aanval uit te voeren op de radio- en elektronenbuizenfabrieken van het complex aan de Emmasingel. Om 01.35 uur werd een zware explosie gehoord in Eindhoven, gevolgd door vuurverschijnselen. Een eerste bericht van de Luchtbeschermingsdienst sprak van het neerstorten van een vliegtuig op het pand Nassaulaan. Spoedig werd echter duidelijk dat het een bomaanval betrof, die de nabij gelegen, panden 18, 20 en 22 aan de Mauritsstraat in puin had gelegd. De brandweer was snel ter plaatse en kon, samen met de politie en de Luchtbeschermingsdienst, nog 14 personen uit de ingestorte huizen redden. Twee vrouwen kwamen zwaargewond onder het puin vandaan en werden per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Eén van hen stierf onderweg en de andere overleed op de operatietafel. Tevens werden de dode lichamen van twee mannen en twee vrouwen uit de puinhopen geborgen. In totaal had deze aanval dus zes levens gekost. Bij het opruimen van het puin werd op de 7e augustus vastgesteld, dat drie brisantbommen in de woningen waren geëxplodeerd. Op een staart, die kon worden geborgen, stond vermeld 500 lbs.

De eerste luchtaanval gericht op de Philipsfabrieken werd uitgevoerd in de ochtend van 5 december 1940. Die morgen waren vijf Blenheims van 53 Squadron van het R.A.F. Coastal Command opgestegen van hun basis Thorney Island in Hampshire met Eindhoven als bestemming. Drie van hen vonden het opgegeven doel niet. Eén Blenheim wierp zijn bommen daarop op de haven van Vlissingen, een tweede gooide zijn lading op het vliegveld Haamstede en een derde viel het vliegveld Eindhoven aan. Twee van de uitgezonden toestellen vonden de fabriek wel, maar wierpen hun lading zeer onnauwkeurig af. Alle bommen kwamen in een bosgebied aan de zuidrand van de stad terecht. Deze eerste aanval op de Philipsfabrieken stond aanvankelijk gepland voor de middag van 2 december 1940. Het veel te mooie weer zonder wolkendekking was echter de oorzaak, dat deze aanval werd uitgesteld.

De volgende aanval op de Philipsfabrieken vond plaats in de nacht van 30 op 31 juli 1942. Vier Douglas Boston III vliegtuigen van 418 (R.C.A.F.) Squadron, die waren opgestegen van het vliegveld Bradwell in Essex, hadden als opdracht een aanval uit te voeren op de radio- en elektronenbuizenfabrieken van het complex aan de Emmasingel. Om 01.35 uur werd een zware explosie gehoord in Eindhoven, gevolgd door vuurverschijnselen. Een eerste bericht van de Luchtbeschermingsdienst sprak van het neerstorten van een vliegtuig op het pand Nassaulaan. Spoedig werd echter duidelijk dat het een bomaanval betrof, die de nabij gelegen, panden 18, 20 en 22 aan de Mauritsstraat in puin had gelegd. De brandweer was snel ter plaatse en kon, samen met de politie en de Luchtbeschermingsdienst, nog 14 personen uit de ingestorte huizen redden. Twee vrouwen kwamen zwaargewond onder het puin vandaan en werden per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Eén van hen stierf onderweg en de andere overleed op de operatietafel. Tevens werden de dode lichamen van twee mannen en twee vrouwen uit de puinhopen geborgen. In totaal had deze aanval dus zes levens gekost. Bij het opruimen van het puin werd op de 7e augustus vastgesteld, dat drie brisantbommen in de woningen waren geëxplodeerd. Op een staart, die kon worden geborgen, stond vermeld 500 lbs.

error: De content is beveiligd !!