Maurice Witsema

Maurits Louis Witsema (de Wit) werd op 2 mei 1929 in Eindhoven geboren. Zijn ouders, Louis de Wit en Philipina de Wit, hadden twee kinderen, Maurice en zijn zus Miriam die 2 jaar jonger was. Miriam werd ook wel Ineke genoemd.

Het gezin woonde in Eindhoven in een buurt waar de huizen, zoals veel Nederlandse huizen, erg dicht bij elkaar staan. Zijn allereerste herinnering aan zijn kindertijd is die van de Kermis op het Wihelminaplein.
Er was een groot plein niet ver van zijn huis (Edenplein) waar nu een groot gebouw is. Op dit plein was er elke dinsdag markt. Voor de verjaardag van de koningin (Wilhelmina) was er een vuurwerk en éénmaal per jaar een circus. Maurice keek graag naar het opzetten van de tent en de dieren. Maurice’s moeder kocht altijd een levende kip op de markt die tot donderdag in een kooi werd gestopt tot het werd geslacht door een koosjere slager, om op vrijdag te worden gegeten.

Maurice had veel vriendjes van zijn leeftijd waar hij graag mee speelde en die dicht bij zijn huis woonde. Ze renden de straat op en af om te spelen of om te rennen om te zien wie de snelste was. Aan het einde van de straat was een prachtig park met een enorm groen grasveld waar ze konden voetballen en hockeyen. Maurice en veel van zijn klasgenoten zaten op de padvinderij. Hij hield van deze tijd die hij doorbracht met zijn vrienden, zo leerden zij hoe je een knoop moet maken, toneelstukken maken, kamperen en pannenkoeken bakken.
Maurice en zijn vrienden waren dol op zwemmen en daarom gingen ze elke zaterdag naar het overdekte zwembad. Dit werd georganiseerd door de school tegen een gereduceerd tarief. Maar zijn beste vriend was Bertie van Vlijmen. Bertie woonde niet in de buurt, maar Maurice ging graag naar zijn huis om te spelen.

Meerdere malen, als kind, zou Maurice en zijn familie samen op vakantie gaan. Vaak met de fiets van Eindhoven naar België om te genieten, even weg van werk, school en gewoon om samen met het gezin te zijn. Ze fietsten naar plaatsen als Luik, Yperen en Diksmuide, waar ze de plekken van de Eerste Wereldoorlog zouden bezoeken om de loopgraven te zien waar de soldaten vochten en respect te tonen voor de gesneuvelden op de begraafplaatsen.

Maurice’s vader Louis en zijn oom Ies bezaten een winkel in het centrum van Eindhoven op de Demer 42, genaamd M. de Wit & Co., Maurice’s grootvader waarnaar hij vernoemd is, Maurits de Wit, stichtte de winkel in 1899.

De winkel verkocht huishoudelijke artikelen en benodigdheden, maar Maurice was vooral geïnteresseerd in het speelgoed, de goudvis en het verzamelen van postzegels. Het was een leuke plek voor Maurice om te bezoeken en hij hield ervan om bij zijn vader en oom te zijn.

Maurice herinnert zich niet meer wat hij wilde worden toen hij opgroeide … maar hij herinnert zich wel dat zijn moeder hem en zijn zus verhalen vertelde over de sprookjes van Grimm. Hij was vooral dol op Sneeuwwitje en Roodkapje.

Samen met zijn familie, zich veilig voelen, gelukkig en geliefd zijn.

En dan herinnert hij zich … dat het leven veranderde en zijn jeugd voorgoed van hem zou worden afgenomen.

Begin van de oorlog

Maurice’s eerste herinneringen aan de wereld die om hem heen draaide, waren natuurlijk het gefluister en de discussies tussen de volwassenen in zijn leven. De angstgevoelens van zijn ouders en intense gesprekken over wat er in Duitsland gebeurde. Het gezin verzamelde zich rond de radio en luisterde aandachtig naar het nieuws van buurland Duitsland. Nederland had toentertijd een streng beleid ten aanzien van immigratie. Nederlandse arbeiders waren bezorgd dat nieuwe vluchtelingen op dat moment de broodnodige banen zouden overnemen. Maar na Kristallnacht (9 op 10 november 1938) in Duitsland, werd besloten om de grenzen te openen voor mensen die geen bedreiging vormden voor de werksituatie in Nederland.

Met de hulp van Joodse leiders kwamen spoedig Duits-joodse kinderen in Eindhoven aan. Ze kwamen alleen aan per trein zonder hun ouders aan. Ze waren gestuurd voor hun eigen bescherming. Een deel van de kinderen werd naar een plaats met de naam Dommelhuis in Eindhoven gestuurd en in het weekend bezochten ze Joodse gezinnen zoals die van Maurice.

De kinderen kwamen op zaterdag vanuit het Dommelhuis waarna de familie van Maurice hen eten gaf en een paar spelletjes speelde. De meeste kinderen die langs kwamen, waren in dezelfde leeftijd zoals Maurice.

Nederland had voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog een strikt neutraliteitsbeleid, maar dat eindigde allemaal toen Duitsland op 10 mei 1940 Nederland binnenviel. Maurice was toen 11 jaar en in de zesde klas van de basisschool. Maurice was op dat moment thuis, die dag waren de scholen gesloten. Hij en zijn familie luisterden naar de radio voor nieuws over wat er gebeurde. Vijf dagen later en slechts een dag nadat Rotterdam was gebombardeerd gaven de Nederlandse troepen zich over. Koningin Wilhelmina vluchtte samen met haar dochter en de prinsesjes naar Engeland. Ze begon inspirerende boodschappen te sturen via Radio Oranje en was zeer inspirerend voor het Nederlandse verzet.

 

In het begin was er niet veel verschil in het door Duitsland bezette Nederland. Hij ging naar school, speelde buiten en ging naar de padvinderij met zijn vrienden. Ze zouden de vrienden van zijn ouders bezoeken. Een in het bijzonder dat hij zich herinnert, was de familie Hornemann. Terwijl de volwassenen met elkaar op bezoek kwamen, speelde hij met hun twee jonge zonen Eduard en Alexander.
In de laatste maanden van 1940 begonnen de Duitsers langzaam antisemitische regels in te voeren.

Er werden borden geplaatst waar Joodse mensen niet meer naar toe mochten, openbare plaatsen zoals parken, scholen, zwembaden, theaters. Boodschappen kon je als Jood alleen nog in Joodse winkels doen. En de padvinderij was verboden. Maurice zou de scouting-actieven die hij gewend was met zijn vrienden te doen niet meer mogen. Hij was buitengewoon teleurgesteld.

In de omgeving van Maurice waren verschillende scholen, een rooms-katholieke school voor jongens, een nonnenschool voor de meisjes en een Nutsschool voor de anderen, voornamelijk protestantse jongens en meisjes. Die school is er nog steeds.

De Joodse Raad werd opgericht en toen moest Maurice zijn school (Nutsschool Akkerstraat) verlaten. Hij kreeg privéles in huizen met joodse leraren. Dit was niet erg leuk voor Maurice, omdat hij graag met zijn vrienden naar school liep en gewoon de vreugde van het leren in een schoolomgeving miste.

1941 – 1942

In het voorjaar van 1941 bestond de Philips-fabriek al 50 jaar. De arbeiders gingen de fabriek uit om een feestje te houden in het centrum van Eindhoven. Dit veranderde al snel in een anti-Nazi-demonstratie. De Duitse Grüne Polizei, de Duitse militaire politie, verbood de demonstratie. De zondag na de demonstratie werden Maurits’s vader en oom Ies gearresteerd tijdens het spelen van een spelletje bridge in hun favoriet café. De benodigdheden voor het jubileumfeest waren gekocht in hun winkel. De Duitse politie kwam naar Maurice’s huis om huiszoeking te doen. Zijn vader en oom ontvingen beiden een gevangenisstraf van zes maanden en een boete van een paar duizend gulden. Ze brachten drie maanden door in de politie-gevangenis in Eindhoven en drie maanden in de gevangenis van Scheveningen. Gelukkig werden ze aan het einde van hun straf vrijgelaten en mochten ze naar huis gaan.

Ondertussen kreeg hun winkel, M. de Wit & Co., in de tijd dat de vader van Maurice in de gevangenis zat, een nieuwe Duitse verwalter (supervisor) terwijl Maurice’s moeder de leiding had over het runnen van de winkel. Voorzichtig lukte het zijn ouders om geld en de postzegelverzameling uit de winkel te smokkelen.

In 1941 moesten Maurice en zijn hele familie zich inschrijven bij de Joodse raad. Het was bemand met Philips-medewerkers. En hij kreeg zijn ster.

Deze gele ster moest op al zijn kleding worden genaaid om aan te geven dat hij joods was. Hij moest het schoon houden en de ster moest te allen tijde zichtbaar zijn. Het was een gele Davidsster met het woord Jood.

 

Begin 1942 startte een joodse middelbare school in ‘s-Hertogenbosch. Maurice kreeg een speciale vergunning om elke dag met de trein heen en weer te reizen om daar aanwezig te zijn. Elke dag wandelde Maurice naar het huis van zijn moeders zuster voor de lunch. Maurice was zo blij dat hij weer op school kon zijn, vooral omdat hij en Bertie samen met de trein reden en in dezelfde klas zaten. Maurice maakte ook veel nieuwe vrienden. In mei was Maurice’ Bar Mitswa in de oude synagoge van Eindhoven aan de Kerkstraat, deze synagoge is ontworpen door de beroemde Nederlandse architect Pierre Cuypers.

Cuypers is vooral bekend door het ontwerpen van het Rijksmuseum en Amsterdam Centraal Station. Helaas werd de synagoge beschadigd door het Duitse bombardement op 19 september 1944 tijdens de bevrijding van Eindhoven. Later werd de synagoge afgebroken ivm de verbreding van de straat.

Tijdens het eerste deel van de Tweede Wereldoorlog steeg in Eindhoven het aantal Joodse mensen. Velen komen uit Duitsland en proberen te ontsnappen aan de oorlog en de vele kinderen die alleen naar Nederland zijn gestuurd. Veel mensen vonden werk in de Phillips-fabriek in Eindhoven in een speciale Joodse sectie. De Joodse Raad in Eindhoven bestond uit veel van de arbeiders van de Phillips-fabriek, zij vonden dat de winkeleigenaars inferieur waren en niet dezelfde recht op bescherming hadden als de fabrieksarbeiders ontvingen. Dit was de reden waarom het gezin van Maurice tot de eerste groep Joodse mensen in Eindhoven behoorde die deportatiebevelen ontvingen.

Onderduiken

Het was in augustus 1942, toen er op de deur geklopt werd. Een man met een normaal ogende brief stond voor Maurice’s moeder. De brief bevatte orders voor het hele gezin om de volgende dag op het treinstation in Eindhoven te melden waarna ze naar een werkkamp in Westerbork zouden worden gestuurd.

Horror, angst en paniek in het gezin. Maurice’s vader was op zijn werk maar kwam onmiddellijk thuis toen hij het nieuws hoorde. Wat moeten ze doen? Wie kunnen ze om hulp vragen? Wat zou er gebeuren? Maurice’s vader, die in de gevangenis was geweest en terugkwam, dacht dat het misschien wel goed zou komen. Als ze zich met het hele gezin zouden melden, zou het toch zeker werken. Maar de moeder van Maurice wist het niet zo zeker. Ze had met haar neef gesproken die betrokken was bij het Nederlandse verzet. De moeder van Maurice vond dat ze zijn advies moesten volgen. De beslissing was genomen, ze zouden verdwijnen en onderduiken.

Terwijl de paniek nog steeds door hun huis stroomde, werden rugzakken haastig ingepakt met een paar kledingstukken en de kostbare familie stukken werden snel opgeborgen bij het huis van een buurman om ze daar veilig te bewaren. Waaronder de postzegelverzameling van M. de Witt & Co. Die avond liepen ze het ouderlijk huis uit, de nacht in en gingen op weg naar wat hun eerste plek zou worden om zich te verstoppen. Verdwijnen van iedereen die ze kende.

Er was geen verhaal dat moest worden verzonnen over de verdwijning van de familie. Iedereen die ze kende, wist dat ze ondergedoken waren. Er was op dit moment geen ander land om naar toe te gaan. Sommige mensen werden België binnen gesmokkeld om deportatie te voorkomen, maar dit was vreselijk gevaarlijk omdat mensen anderen inschakelden om zichzelf te redden. Opnieuw wordt het woord “onderduiken” genoemd … wat letterlijk betekent om onder te duiken. En dat is wat mensen aan het doen waren … verstoppen onder iets dat hen in leven zou houden. Zolders, schuren, kelders, het bos, ondergronds, overal en altijd zo lang mogelijk verstoppen. Gelukkig voor een deel van de Joodse mensen die zich schuilhielden, kwamen familie en vrienden hen te hulp. Ook het Nederlandse verzet, hoewel lang niet altijd goed georganiseerd en toch lukte het velen door heel Nederland. Georganiseerde voedselbonboeken en andere documenten die nodig zijn om de Duitsers voor de gek te houden. Het was een groot risico, niet alleen voor de mensen die zich verborgen hielden, maar ook voor de mensen die de bescherming verzorgden. Als ze werden gepakt, werden mensen gedeporteerd naar Westerbork of zelfs ter plaatse doodgeschoten. De mensen die hielpen, kregen ook een zware straf.

 

Voor Marurice en zijn familie zouden ze eerst worden verplaatst naar een huis dat eigendom was van de Mason Lodge. Het huis bevond zich achter Maurice’s huis en ze moesten het pad nemen om er te geraken. Het huis bestaat niet meer. Het werd op 19 september 1944 tijdens het Duitse bombardement gebombardeerd.

De familie van Laarhoven verzorgden hen. Mevrouw Van Laarhoven werkte in de winkel van Maurice’s vader. Dit was slechts een tijdelijke plaats en dus bleven ze slechts 3 dagen. Ze werden vervolgens verplaatst naar een ander adres in het huis van de familie Vennix.
Na een korte tijd werd de ondergrondse organisatie ontdekt door de Duitsers vanwege verraad. Maurice’s neef en zijn ouders, die ook ondergedoken waren, werden opgepakt en via Westerbork naar Polen vervoerd. Alleen zijn neef overleefde, werkend in de kolenmijnen bij Sobibor.

Vanwege deze situatie moesten Maurice en zijn familie hun schuilplaats verlaten en weer een paar dagen doorbrengen bij mevrouw van Laarhoven, de dame uit hun winkel. De broer van haar man nam ze vervolgens een jaar in huis. Deze familie heette ook van Laarhoven.

Dit huis was erg klein en het had geen badkamer of douche. Ze moesten allemaal één keer per week baden in een grote badkuip. Maurice bracht zijn tijd door met studeren en lezen. Dit huis was een rijtjeshuis. Stilte gedurende de dag en de nacht was van levensbelang. Alleen de buren aan de ene kant wisten dat ze er waren en de mensen van de ondergrondse die de distributiebonnen leverden. De ondergrondse hielp met het verkopen van sieraden en zilveren voorwerpen omdat ze hun levensonderhoud moesten betalen. Na een jaar werd de vrouw des huizes zwanger en toen ze bang werd, moesten Maurice en zijn familie vertrekken.

Hoogstraat

Maurice en zijn familie gingen toen naar een groot huis in het centrum van Eindhoven aan de Hoogstraat.

In dit huis woonden twee gezinnen. De familie Scholten had twee zonen en een dochter en de familie Mes had twee kleine dochters. De heer Scholten deed niets, maar mevrouw Scholten kocht voedsel in vertrouwde winkels. Dhr. Jan Mes leverde voedselbonnen en was actief in de ondergrondse organisatie. Hij werkte in de Philips-fabriek.

In dit huis waren de volgende joodse gezinnen verborgen:
De heer en mevrouw Louis de Wit-Leviticus met een zoon van 14 (Maurice) en een dochter van 12 die Maurice’s zuster Miriam (Ineke) was; De heer en mevrouw Ies de Wit-Roosenveld met een dochter van ongeveer 20; De heer en mevrouw Wertheim-Blomhof; hun vader, B. Blomhof en hun oom en tante, meneer en mevrouw M. Blomhof.

Ze sliepen boven met de gezinnen in aparte kamers en Maurice sliep in de hal. Overdag konden ze in een grote ruimte zitten. De mannen lazen en speelden kaarten, de vrouwen maakten een maaltijd klaar terwijl Maurice en zijn zuster studeerden en werden onderwezen door hun vader. Sommige oude buren, die betrokken waren bij de ondergrondse, bezochten hen van tijd tot tijd.

Op 18 september 1944 werden Eindhoven bevrijd door de Amerikaanse 101st Airborne Division en het Britse Tweede Leger. Een paar dagen eerder hadden ze vanuit het huis het bombardement op de luchthaven van Eindhoven gezien door de Amerikaanse en Britse vliegtuigen.

Daarna zagen ze vliegtuigen met parachutisten van de Amerikaanse 101st Airborne Division en vliegtuigen met zweefvliegtuigen die over het huis vlogen. Op 18 september zagen ze de eerste Amerikaanse soldaten het huis passeren en mochten ze voor het eerst sinds lange tijd weer buiten het huis.

 

De volgende dag liepen ze naar hun oude wijk aan de Rodenbachlaan. ‘s-middags op de terug weg begonnen de Duitsers een bombardement. Een bom vernietigde het huis waar ze twee keer een paar dagen hadden doorgebracht en waar ze een deel van de bezittingen hadden verborgen. Sommige bommen vielen in de tuin van het huis waarin ze verbleven in de Hoogstraat, maar het huis zelf was niet beschadigd.

Direct na de bevrijding hielp Maurice sommige soldaten van het Britse leger om vluchtelingen naar de Philips-fabriek te brengen waar ze werden gehuisvest. Met een verlangen om zoveel mogelijk te helpen, startte zijn Scouting-vaardigheden om hulpbehoevenden te helpen.

Na de oorlog

Na een paar dagen kon Maurice’s familie verhuizen naar het huis waar ze eerder woonden aan de Rodenbachlaan.

De mensen die daar hadden gewoond waren gedwongen te vertrekken. De familie van Maurice ontving meubels van een Nazi-medewerker. Ze woonden met twee gezinnen in hun huis en na een korte tijd kwamen de zuster van zijn moeder en haar dochter bij hen inwonen. Zijn neef die Sobibor overleefde werd door de Russen bevrijd en kwam ook bij hen wonen.

Naarmate de tijd verstreek, zorgde het huis de Wit voor bedden en onderdak voor terugkerende Joden die zich schuilhielden en kampen die kwamen registreren. Omdat het huis vol was, gingen Maurice en enkele van zijn vrienden wonen en werken op een school die door nonnen werd gerund. Deze school werd veranderd in een tijdelijk ziekenhuis. Maurice hielp hier waar hij kon, zoals de kamers volledig verduisteren indien nodig. Hij was ook verantwoordelijk voor het oproepen van de dokter als iemand op het punt stond een baby te krijgen.

Begin 1945, toen de oorlog in Noord-Holland en de rest van de wereld werd voortgezet, kon Maurice zijn opleiding in Eindhoven hervatten. In hetzelfde jaar opende zijn vader en oom een winkel in het centrum van Eindhoven. De oorspronkelijke winkel op Demer 42, opgericht door zijn grootvader, was op 6 december 1942 verwoest door een Engels bombardement.
Op 5 mei 1945 was Nederland volledig bevrijd en had men de enorme taak om het leven op te pikken. Velen zouden nooit terugkeren en degenen die dat wel deden waren uitgehongerd, gewond en voor altijd emotioneel beschadigd.

 

Die zomer ging Maurice en zijn vader in een auto naar Utrecht om zijn vaders vriend te bezoeken. Deze man was veterinair hoogleraar aan een universiteit in Utrecht. Vandaag zou deze reis ongeveer anderhalf uur duren, maar in het door oorlog verscheurde Nederland was dit niet het geval. Onderweg geschokt en bedroefd om de schade te zien die hun prachtige land was overkomen. Gebouwen, huizen, wegen allemaal vernietigd tijdens de vele bominslagen. Maar het meest angstaanjagende waren de mensen. Mensen van wie elke vezel van hun wezen was vermorzeld. Mensen wankelen naar huis, afkomstig uit de kampen of die zicht verborgen hadden en altijd de angst hadden om ontdekt ter worden en vervolgens ontdekken dat niemand van de familie de oorlog heeft overleefd. Kinderen die het geluk van het leven hadden gekregen door te worden geplaatst bij een gezin terwijl hun ouders werden gearresteerd. Huizen van mensen worden afgenomen. De bittere taak om de kinderen terug te geven aan hun ouders die zij moeilijk herkennen of die ze nog nooit gezien hadden of vergeten waren. Sommige kinderen zijn nooit teruggekomen. Het was een geschenk dat ze hebben overleefd, maar voor wat en voor wie?

De volgende zomer na de oorlog vertrokken Maurice en zijn vrienden, terwijl de vrijheid door hun aderen stroomde, naar Londen als onderdeel van een verkenningsuitwisseling.

Het was het jaar 1946. Als gasten van een Engelse scoutinggroep werden ze uitgenodigd voor een officiële thee in het Huis van het Parlement met de minister van Arbeid. Daarnaast beichten ze andere fantastische plaatsen en waren ze in staat om de Southhark Cathedral Scouts-groep in een kerk te horen zingen. Ze bleven in een kerk die was opgericht voor de verkenners.

Hoe het verder ging

Terwijl hij zijn studies voortzette tijdens het schooljaar en klaar was voor een nieuw avontuur, vertrok Maurice met een vriend op de fiets en reden ze helemaal naar Parijs. Het leven voelde nog nooit zo goed, 19 jaar oud en doen waar ze zin in hadden. Ze hebben veel dingen gezien en gedaan tijdens deze spannende reis naar Parijs. Ze reisden door de Champagne regio en gingen daarna verder naar Parijs. Ze verbleven op een meisjesschool die in de zomer als herberg werd gebruikt. Rennen door de stad met de Eiffeltoren, Champ Elysees, ogen wijd open in de rosse buurt en nemen zelfs deel aan een show in de sta-ruimte, Casino de Paris genaamd. Oh wat fantastisch was het om jong te zijn én in Parijs!

De volgende zomer liepen Maurice en een vriend naar het zuiden van Frankrijk. Geniet van de prachtige bezienswaardigheden van Nice en Cannes en geniet van de tijd langs de Middellandse Zee.

In 1951, na zijn technische opleiding afgerond te hebben, kreeg Maurice een baan bij een Nederlandse rederij, KPM, in Indonesië. De familie Mes waar hij bij was gebleven, was eerder naar Indonesië verhuisd waar Mr. Mes een baan kreeg in Bandung op hetzelfde moment dat Maurice in Djakarta aan het werk was. Hij ging verschillende keren naar Bandoeng om hen te bezoeken, aangezien Bandoeng cooler is dan Djakarta. Hij bracht 6 jaar door in Indonesië voordat hij terug moest vanwege de problemen tussen Indonesië en de Nederlanders. In 1958 vertrok Maurice vervolgens voor ongeveer 4 maanden naar Singapore voor een bedrijf dat KPM heette, en hielp mee met het inventariseren van alle gestolen of beschadigde schepen. Hij ging toen naar Israël om te werken voordat hij uiteindelijk in 1962 terugkeerde naar Holland en daar als een commerciëel technicus werkte.

 

In de vroege jaren zeventig keerde Maurice terug naar het bedrijf van zijn familie en ging samen met zijn oom en zijn vader werken voor de Wit & Co. tot zijn vader stierf. Daarna werkte hij met zijn moeder tot het begin van de jaren tachtig tot de beslissing werd genomen om de deuren te sluiten in de geliefde winkel in Eindhoven Centrum, de Wit & Co. Al bijna 100 jaar stond de Wit & Co. sterk en trots bij de andere winkels in de centrum dat slechts een enkele keer valt, door toedoen van een oorlog. Maurice startte zijn eigen bedrijf, Waalrese Postzegelhandel de Wit, dat heeft jij volgehouden tot 2014, toen hij uiteindelijk besloot met pensioen te gaan op 85-jarige leeftijd.

De Tweede Wereldoorlog was een oorlog van oorlogen, waarbij miljoenen mensenlevens werden meegenomen die onschuldig op zijn weg stonden. De gruwelijkste gruweldaden die werden toegebracht aan mensen, in Nederland en in de rest van de wereld, zijn eerder gedocumenteerd en zullen voor altijd blijven bestaan. Hopelijk zullen deze verhalen andere generaties ervan weerhouden dat deze afschuwelijke les zich in de toekomst zal herhalen. Het verhaal van Maurice is er een van overleven. Maar overleven heeft een prijs. De prijs van een jeugd die werd onderbroken en van hem werd gestolen om nooit uit zijn hoofd te worden gewist. De prijs van het verliezen van familieleden en vrienden die nooit meer thuis zouden komen. De prijs van je moeten verbergen voor mensen voor alles en iedereen die hem dierbaar is. Je moeten verbergen als voor een monster dan komt de ergste nachtmerrie van elk kind tot leven.

Tot slot

Maurice overleefde de oorlog en ging door met het leven van een ongelooflijk leven over de wereld en trouwde met twee mooie vrouwen op verschillende momenten in zijn leven. Zijn eerste vrouw was Janny met wie hij in 1959 trouwde, zij stierf in 1991 en zijn tweede vrouw Jeanne, met wie hij in 1998 trouwde en helaas in 2016 stierf.

Can Anyone Hear Me? My Name is Maurice.
In my bed awake at night
Laying still with fear and fright
Time keeps passing day by day
I dream of when I can go out to play
Boredom, quietness, worrisome, fear
How long can we sit here, year after year?
Smells, sounds and sights fill my brain
Feelings of this horrible time will not pass in vain.
My stolen childhood, with innocence never replaced
Friends and loved ones taken from me, I will keep in my grace.
My name is Maurice, please don’t forget me.

(Gedicht en verhaal geschreven door Lisa Jochim)
Link naar de blog van Lisa Jochim

In september 2016 hield Maurice Witsema de Freedom Lecture en vertelde daar zijn levensverhaal zoals u hier boven heeft kunnen lezen.
Dank voor dit artikel aan Lisa Jochim.