Selecteer een pagina



Geboortedatum: 10-08-1905
Overlijdensplaats: Auschwitz
Overlijdensdatum: 26-03-1944

Laatste (vrijwillige) woonadres in Eindhoven: Boschdijk 771

Slachtoffer staat op lijst: Joods

Klara was een bewoner van de Rijks Psychiatrische Inrichting “De Grote Beek” in Eindhoven.

Op 13 maart 1944, zo tegen het avondeten, krijgt geneesheer-directeur Mooij van het Rijks Krankzinnigen Gesticht twee leden van de Duitse Sicherheitsdienst op bezoek. Ze komen vier joodse patiënten ophalen. Het gaat om patiënten die voor rekening van de gemeente Amsterdam verpleegd worden. In aanwezigheid van zijn stafleden, de doktoren Ruiter, Tiggelaar, De Regt en Flohil, wordt Mooij gesommeerd de vier joden over te dragen. Dokter Mooij antwoordt: “Ik heb geen joden, alleen maar patiënten”.

Dokter Mooij weigert iedere medewerking en beroept zich op zijn ambtseed en gewetensbezwaren. Ook zijn stafleden scharen zich achter hem. Mooij wordt daarop gearresteerd en later afgevoerd naar het politiebureau. De achtergebleven geneesheren volharden eveneens in hun weigering.

De volgende ochtend, rond de klok van elf, komt de Sicherheitsdienst met groot vertoon van macht terug.
Het administratiegebouw wordt afgegrendeld en bezet door leden van de Sicherheitsdienst, aangevuld met leden van de burgerwacht.
Opnieuw worden de achtergebleven geneesheren gesommeerd de namen vrij te geven en de joodse patiënten over te dragen. Het gaat nu niet meer om de vier joodse patiënten die voor rekening van de gemeente Amsterdam verpleegd worden, maar om àlle joodse patiënten.
Ruiter, Tiggelaar, De Regt en Flohil volharden in hun weigering om gegevens te verstrekken.
Daarop bezetten leden van de Sicherheitsdienst het administratiekantoor en dwingen, met getrokken pistool, het aanwezige personeel de met ‘J’ gemerkte registratiekaarten te overhandigen. Wederom wordt er geweigerd.
De Sicherheitsdienst doorzoekt nu zelf de kaartenbakken en haalt er de met ‘J’ gemerkte kaarten uit. Daarop begeeft men zich naar de paviljoens en dwingt de personeelsleden door hen het pistool op de borst te zetten, de betreffende patiënten aan te wijzen. Vierentwintig joodse patiënten worden op die manier bijeen gedreven en naar het hoofdgebouw gebracht, waar ze gedwongen worden in een gereedstaande overvalwagen te stappen.

Klara was één van hen.

Klara Bont is geboren op 10 augustus 1905 te Amsterdam. Volgens het expiratieverslag komt ze van het Wester Gasthuis in Amsterdam wanneer ze op last van de officier van justitie van Amsterdam op het RKG wordt opgenomen met een machtiging. Als haar adres wordt de Reliefstraat 45 II in Amsterdam vermeld. Klara Bont is ongehuwd.

De ziektegeschiedenis bevat een autoanamnese waaruit het volgende naar voren komt. Vader was een magazijnbediende bij de metaalhandel ‘Eitje’. Volgens Klara Bont was vader altijd gezond. Ze heeft drie broers en zusters waarvan ze niet weet waar ze zijn. Ook de verblijfplaats van haar ouders is haar onbekend. Ze bezoekt de openbaar lagere school te Amsterdam, ze kon niet zo goed leren en ze doubleerde de vijfde klas. Als ze twaalf jaar oud is verlaat ze de school en werkt als kostuumnaaister. Ze krijgt daarin een opleiding van drie jaar van een huisnaaister. Van haar 15e tot 23e jaar werkt ze op het naaiatelier van de fa. Nousen. Daarna werkt ze voor een naaiatelier Mekeres. Daar werkt ze zes jaar. In het Israëlisch Ziekenhuis aanvaardt ze een betrekking als linnenjuffrouw waar ze acht maanden werkt. Klara Bont stamt uit een joods-orthodox milieu. Ze heeft nooit betrekkingen met jongens gehad, ze had wel vriendinnen. Ze was 4000 altijd zeer aanhankelijk en ze beschrijft haar jeugd thuis als prettig. Negen maanden terug is het ‘onheil begonnen’.

Haar ouders kregen een oproep zich voor ‘Polen’ te melden. Het gezin is toen uit elkaar gegaan. Mevrouw Bont kwam via omwegen in het Gooi terecht, en na allerlei wederwaardigheden werd ze tenslotte ontregeld opgenomen in het Israëlitisch ziekenhuis. Nauwelijks een week na haar opname werd het ziekenhuis ontruimd. Door zich te verbergen in een dakgoot wist Klara Bont te ontkomen. Na omzwervingen werd ze tenslotte in het Wester Gasthuis opgenomen.

In de ‘status praesens ‘ wordt mevrouw Bont beschreven als een goed toegankelijke vrouw. ‘Ze is spraakzaam. Ze vertelt haar levensloop uitvoerig en met bijzonderheden. Alleen over de laatste 9 maanden is ze terughoudend. Ze is vriendelijk en beleefd. Bij opname was ze angstig en geagiteerd, hetgeen in haar situatie begrijpelijk is. Ze getroost zich moeite om zich aan deze situatie aan te passen.’

De arts meent dat ze op haar gevoelsleven verminderd aanspreekbaar is. Hij schrijft: ‘als ik het gesprek op haar ouders breng, dat het toch wel erg is dat ze niets meer van hen gehoord heeft, maakt dat vrijwel geen indruk. ‘

Klara Bont zegt dat het goed is dat ze niet weet waar haar ouders zijn, want ‘als we elkaar zouden schrijven zouden de brieven onderschept kunnen worden. Of men zou gedwongen kunnen worden om bepaalde dingen te zeggen. Daarom is het beter zo’.

De arts schrijft daar verder over:
‘Er steekt veel waars in deze opvatting, nog blijft haar affectieve onbewogenheid bemerkingswaardig. Ook in een ander verband demonstreert ze hetzelfde. Toen ze een tijd bij een mevrouw in het Gooi werkte heeft ze tijdens de afwezigheid van haar mevrouw het kleine kind, een zuigeling, bijna laten vallen, waarbij deze onhandigheid het kind ernstig werd gewond en in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Het had een bloeduitstorting in de hersenen. Ook tijdens het verhalen van deze gebeurtenis toont ze weinig affectieve reactie. Haar gevoelsleven schijnt geheel geabsorbeerd te zijn door haar eigen lot. Ze is in haar instelling en in haar gedachten inhoud egocentrisch. Daardoor ontbreekt haar ook een juist inzicht in haar situatie. Kleine ongerieven, die ze in de maatschappij als gevolg van de positie waarin ze verkeert, moet ondergaan, kunnen haar dusdanig kwetsen, dat ze haar grote belangen vrijwel uit het oog verloor. Een gebrek aan aanpassingsmogelijkheid, die ze ook hier na haar opname min of meer demonstreerde. Haar opvattingsvermogen is voldoende, evenals haar geheugeninprentingsvermogen’. Aldus schreef de arts naar eer en geweten.

Met de kennis van nu zou je toch, niet geheel onterecht, kunnen twijfelen aan het inlevingsvermogen van de betreffende arts. En ook zijn opmerking over haar ‘kleine ongerieven’, getuigt niet werkelijk van inzicht in de toenmalige positie waarin veel joodse medeburgers verkeerden. We weten nu dat zowel haar ouders, evenals haar broers en zusters de oorlog hebben overleefd.

#stolpersteine #struikelstenen #gunterdemnig #gegendasvergessen #weremember #neverforget #onthisday #podeath #ww2 #wo2 #warhistory #wwii #worldwar2 #secondworldwar #history #tweedewereldoorlog #we_remember #neveragain #stolpersteineEindhoven #Eindhoven #holocaust #shoah #jewishhistory #vervolging #Auschwitz @stolpersteineapp @netwerkoorlogsbronnen @joodscultureelkwartier



Stolpersteine App: https://map.stolpersteine.app/nl/eindhoven/locaties/boschdijk-771-rijks-krankzinnigen-gesticht
Netwerk Oorlogsbronnen: https://www.oorlogslevens.nl/tijdlijn/Klara-Bont/02/17271

error: De content is beveiligd !!