Geboortedatum: 12-06-1891
Overlijdensplaats: Auschwitz
Overlijdensdatum: 26-03-1944

Laatste (vrijwillige) woonadres in Eindhoven: Boschdijk 771

Slachtoffer staat op lijst: Joods

Sophia was een bewoner van de Rijks Psychiatrische Inrichting “De Grote Beek” in Eindhoven.

Op 13 maart 1944, zo tegen het avondeten, krijgt geneesheer-directeur Mooij van het Rijks Krankzinnigen Gesticht twee leden van de Duitse Sicherheitsdienst op bezoek. Ze komen vier joodse patiënten ophalen. Het gaat om patiënten die voor rekening van de gemeente Amsterdam verpleegd worden. In aanwezigheid van zijn stafleden, de doktoren Ruiter, Tiggelaar, De Regt en Flohil, wordt Mooij gesommeerd de vier joden over te dragen. Dokter Mooij antwoordt: “Ik heb geen joden, alleen maar patiënten”.

Dokter Mooij weigert iedere medewerking en beroept zich op zijn ambtseed en gewetensbezwaren. Ook zijn stafleden scharen zich achter hem. Mooij wordt daarop gearresteerd en later afgevoerd naar het politiebureau. De achtergebleven geneesheren volharden eveneens in hun weigering.

De volgende ochtend, rond de klok van elf, komt de Sicherheitsdienst met groot vertoon van macht terug.
Het administratiegebouw wordt afgegrendeld en bezet door leden van de Sicherheitsdienst, aangevuld met leden van de burgerwacht.
Opnieuw worden de achtergebleven geneesheren gesommeerd de namen vrij te geven en de joodse patiënten over te dragen. Het gaat nu niet meer om de vier joodse patiënten die voor rekening van de gemeente Amsterdam verpleegd worden, maar om àlle joodse patiënten.
Ruiter, Tiggelaar, De Regt en Flohil volharden in hun weigering om gegevens te verstrekken.
Daarop bezetten leden van de Sicherheitsdienst het administratiekantoor en dwingen, met getrokken pistool, het aanwezige personeel de met ‘J’ gemerkte registratiekaarten te overhandigen. Wederom wordt er geweigerd.
De Sicherheitsdienst doorzoekt nu zelf de kaartenbakken en haalt er de met ‘J’ gemerkte kaarten uit. Daarop begeeft men zich naar de paviljoens en dwingt de personeelsleden door hen het pistool op de borst te zetten, de betreffende patiënten aan te wijzen. Vierentwintig joodse patiënten worden op die manier bijeen gedreven en naar het hoofdgebouw gebracht, waar ze gedwongen worden in een gereedstaande overvalwagen te stappen.

Sophia was één van hen.

Sophia Serphos wordt op 12 juni 1891 geboren in Neuenhaus Bentheim. Haar ouders worden niet in het expiratie vermeld. Ze wordt 10 januari 1941 opgenomen in het Rijks Krankzinnigen Gesticht te Eindhoven. Drie dagen daarvoor is ze in verzekerde bewaring gesteld. Ze wordt opgenomen met een machtiging, op last van de voorzitter van de arrondissementsrechtbank van ‘s – Hertogenbosch. Ze komt van het St. Rochus Hospital te Telgte (Westfalen)

Het dossier bevat een ‘Krankheitsgeschichte’ van het St. Rochus Hospital Telgte. Sophia Serphos is daar opgenomen op 30 oktober 1924. Ze wordt naar het ziekenhuis gebracht door haar stiefbroer, nadat haar familieleden die voor haar zorgden overleden zijn.

In de eerste jaren wordt ze beschreven als een vriendelijke, kinderlijke vrouw, die functioneert op het niveau van een vijfjarig meisje. Ze speelt graag met poppen. Ze is aanhankelijk en volgzaam. Ze heeft de hele dag plezier en onder aanmoediging van andere patiënten, zingt en danst ze. Ze is gelukkig en tevreden met haar medepatiënten. Ze werkt op de naaikamer van het ziekenuis en heeft het naar haar zin. Soms wordt ze geplaagd door heimwee. Ze kijkt gelukkig bij iedereen die haar 4000 aanspreekt. En kan ontzettend veel plezier hebben om dingen, hoe klein ook van aard. De beschrijvingen veranderen van af de beginjaren dertig. Ze krijgt last van woedeuitbarstingen en verzorgt zich minder goed, ze moet vaak gecorrigeerd worden.

Dit soort beschrijvingen herhalen zich. Een opgewekte stemming kan zomaar omslaan in een opwindingstoestand, waarin ze zaken kapot wil maken en ook valt ze medepatiënten aan.

De ziektegeschiedenis wordt op 7 januari 1941 afgesloten met ‘Im Wesen und Verhalten is eine Änderung nicht eingetreten. Wird heute in die Reichs-Geistes Krankenanstalt Eindhoven/Holland überführt. ‘

Een grond voor de overplaatsing wordt niet gegeven.

Ook wordt uit de ziektegeschiedenis, zoals opgetekend tijdens de opname, niet duidelijk waarom ze is overgeplaatst. De betreffende functionaris schrijft dat een autoanamnese niet mogelijk is. Ze reageert ontoegankelijk op vragen. Ze mompelt in onverstaanbaar Duits. Ze laat zich door alles afleiden, pakt voorwerpen in haar hand en bijt bij herhaling in de rug van haar hand.

Een andere bron uit Duitsland weet nog te melden dat in 1933 in Neuenhaus 22 joodse burgers woonden, waaronder de familie Serphos. De moeder van Sophia Serphos, Johanne Serphos, ook ‘Jöddenhanne’ door haar stadgenoten genoemd, is in 1924 overleden. Haar geestelijk gehandicapte dochter werd na haar moeders dood in een instelling geplaatst in, of in de buurt van Münster. Volgens deze bron zou ze in 1933 ‘abgeholt’ zijn.

Over de moeder van Sophia Serphos bericht de bron nog het volgende: ‘De joden van Neuenhaus waren vooral middenstanders, kooplieden. Ze handelden in lompen, schroot en dierenvellen. Ook waren ze als slachter werkzaam. Ze slachtten schapen, geiten en runderen. Het vlees bezorgden ze aan huis bij hun clientèle, nadat ze eerst de bestellingen aan huis hadden opgehaald. ‘Jöddenhanne’ bouwde op kermisdagen en jaarmarkten een kraam op waar ze band en garen en speelgoed te koop aanbood. Daarvoor trok ze met haar handel langs de omliggende dorpen en buurtschappen met een hondenkar, later werd de kar door een paard getrokken, om haar spullen aan de man te brengen. En op die tochten werd ze vergezeld door haar ongelukkige dochter.’

Geen overlijdensakte gevonden



Stolpersteine App: https://map.stolpersteine.app/nl/eindhoven/locaties/boschdijk-771-rijks-krankzinnigen-gesticht
Netwerk Oorlogsbronnen: https://www.oorlogslevens.nl/tijdlijn/Sophia-Serphos/02/139503

error: De content is beveiligd !!