Geboortedatum: 03-02-1911
Overlijdensplaats: Venlo
Overlijdensdatum: 17-11-1944

Laatste (vrijwillige) woonadres in Eindhoven: Floralaan 17c

Slachtoffer staat op lijst: Verzetsmensen

Maarten wordt geboren op 3 februari 1911 in Rotterdam als zoon en jongste van de drie kinderen van Agatha Maria Elink Schuurman en jonkheer Johan George Reuchlin. Zijn vader, bureauchef en later directeur van de Holland-Amerika Lijn, zou hij nooit leren kennen. In de nacht van 15 april 1912 komt George om het leven bij de scheepsramp van de RMS Titanic, als enige passagier van de drie Nederlanders aan boord.

Maarten maakt na zijn schooltijd carrière bij de Philips Gloeilampenfabriek in Eindhoven als chemisch ingenieur en assistent-bedrijfsleider. Midden jaren dertig raakt hij betrokken bij een verkeersongeval met voor hem ernstige afloop. Met zijn linkerarm hangend uit het autoraam schampt hij een passerende vrachtwagen met aardappelen en loopt daarbij zeer zwaar letsel op. Als vervolgens koudvuur wordt geconstateerd, kan Maartens leven alleen nog gered worden door zijn hele linkerarm af te zetten. Sindsdien gaat hij verder door het leven met een kunstarm.

Op 10 juni 1944 huwt hij Willemina Johanna Susanna (Joke) van Luttervelt uit Haarlem. Er kan weer aan de toekomst gedacht worden; enkele dagen eerder zijn de geallieerden geland in Normandië en lijkt het einde van de oorlog langzaamaan in zicht te komen. Kort voor de bevrijding van Eindhoven op 18 september dat jaar proberen de Duitsers alle goederen die voor hen nog van belang kunnen zijn voor de oorlogsinspanning af te voeren naar Duitsland. In Eindhoven bevindt zich zo een treinwagon met een grote hoeveelheid wolfraam en platina, grondstoffen voor de Philipsfabrieken. Niet alleen Maarten, maar ook Willem Jan Jonker, adjunct-commies bij de Nederlandse Spoorwegen, weet hiervan af. Om transport naar Duitsland te verhinderen, rangeren ze de wagon achter het slachthuis in de Celebesstraat en saboteren zowel de rails als de wagon. De Duitsers vinden de ‘ondergedoken wagon’ echter en sturen deze na herstel van de schade naar Duitsland. Vanwege zijn handicap springt Maarten bij Willem, nog in NS-uniform, achterop een tandem en gaat achter de rooftrein aan.

Bij de controlepost in Griendtsveen wordt het tweetal gearresteerd op verdenking van spionage. Dat Willem zijn uniform nog aanheeft, wordt met name verdacht gevonden. Ze worden opgesloten in het politiebureau in Venlo, maar Maarten weet op 13 oktober te ontsnappen. Hij laat echter zijn kunstarm in de cel achter, een verzuim dat hem uiteindelijk noodlottig wordt. Hij duikt onder in de beeldenfabriek van A. Gödden waar hij leden van de Ordedienst (OD) voor enige tijd instrueert en wijkt vervolgens uit naar een andere schuilplaats. Vanwege zijn opvallende signalement zijn de Duitsers hem echter al snel op het spoor gekomen. Op 13 november, een maand na zijn ontsnapping, wordt hij opnieuw gearresteerd.

Medio november 1944 (er zijn meerdere, mogelijke datums bekend 15 en 17 november) worden Maarten en Willem bij een bomtrechter op het terrein van vliegveld Venlo aan de Toeperweg gefusilleerd door de Maastrichtse Sicherheitspolizei-agenten Conrad en Nitsch. Volgens ooggetuigen is Maarten niet meteen dood, maar de agenten weigeren hem een genadeschot te geven en laten de kuil waarin hij ligt met de levenloze Willem alsnog dichtgooien. Hij is 33 jaar geworden.

In juli 1946 worden hun stoffelijke overschotten samen met die van twee andere gefusilleerde gevangenen, Johannes Roosjen en Gerhardus Hekman, op aanwijzingen van de inmiddels gearresteerde executeur Nitsch teruggevonden. Maarten wordt herbegraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats Oud-Charlois in Rotterdam. In de verzetsheldenbuurt van Acht in Eindhoven is een straat aan hem opgedragen. Bron: Brabantse Gesneuvelden



Netwerk Oorlogsbronnen: https://www.oorlogslevens.nl/tijdlijn/Maarten-Reuchlin/02/126590

error: De content is beveiligd !!