Selecteer een pagina


Roepnaam: Gerard

Geboorteplaats: Eindhoven
Geboortedatum: 29-07-1924
Overlijdensplaats: Eindhoven
Overlijdensdatum: 06-12-1942

Laatste (vrijwillige) woonadres: Grote Berg 9

Slachtoffer staat op lijst: Omgekomen in Eindhoven

Omgekomen op 6 december 1942 bij het Sinterklaasbombardement in Eindhoven.
Gerard was samen met zijn vriend Martin van Glabbeek onderweg om naar de bioscoop te gaan toe het bombardement los barstte. Martin overleefde het bombardement en schreef onderstaand relaas:

Zondag 6 december 1942.

Het was een mooie dag, voor de tijd van het jaar was het zelfs warm, vandaag was het feest voor de kinderen, de dag van Sint Nicolaas.
De kinderen en de ouders waren in feeststemming maar voor velen zou deze dag droevig aflopen.
Zo ook voor mijn vriend Gerard van Hirsel en mij.

Sint -Nicolaas had voor ons nog een cadeautje klaar dat nog afgeleverd moest worden, de plaats van aflevering was, de “woenselse overweg”!
Hier volgt mijn verhaal die bewuste dag.
Zoals wij zondagsmorgen altijd deden gingen wij bioscoopplaatjes kijken om te zien naar welke bioscoop wij zouden gaan.
Wij gingen eerst naar de Chicago bioscoop in de Rechterstraat, vandaar uit naar de Rembrand en Parisien in de Vrijstraat.
Wij waren nogal vlug uitgekeken en toen herinnerden wij ons de City bioscoop in Woensel.
Dus wij naar Woensel, toen we bij de overweg kwamen waren de slagbomen dicht.
Nu waren voor de Bonte Os, ( dat was een cafe) richtingsborden voor het duitse leger geplaatst.
Ik zei tegen Gerard:”Ik heb geen zin om over die overwegbruggen te gaan, laat ons hier maar gaan zitten wachten”.
Wij zaten daar wat uit te rusten en opeens hoorden wij schieten, dat was het afweergeschut op de Philips toren, wij zeiden:
“gaan die nu op Sint-Nicolaasdag oefenen?”.

Terwijl wij naar boven keken zagen wij een vliegtuig laag overkomen en bommen gooien over de overweg insloegen, ik denk in den Bogaard of Fellenoord.
Ik zei tegen Gerard, “liggen! verdomme, dit is een bombardement!”
Even was er een korte stilte.
Ik zei tegen Gerard, “kom we gaan onder de Philips toren schuilen, want daar is ruimte”.
Gerard had daar geen zin in en wilde daar niet naar toe.
toen begon weer het afweergeschut op de Philips toren en wij hoorden weer vliegtuigen aankomen, ik wou perse naar de Philips toren om te schuilen, maar Gerard wilde de andere kant in, zo gingen wij uit elkaar, de phillips toren heb ik niet bereikt.
Ik herinner mij dat ik mijn ogen opende maar niets zag, met mijn armen duwde ik een hoop stenen weg, wreef over mijn gezicht dat bebloed was, toen begon ik te beseffen dat het totaal mis was met mij, ik voelde mij opgesloten, als zijnde in een grot, en toen ineens zag ik de Philips toren herrijzen uit het puinstof.
Ik probeerde op te staan dat lukte een beetje, maar dan als een dronken man, want ik viel weer neer…..
wat nu volgt is geen aansluitend verhaal, maar flarden van herinneringen.
Ik hoorde een kind vragen, “waar is mijn moeder”, (of het een jongen of meisje was weet ik niet)
Het opstaan lukte mij nog niet ik ging weer tegen de vlakte.
Ik herinner mij twee personen, (manlijk of vrouwelijk dat weet ik niet, die mij hebben meegenomen.
Ik herinner mij vaag het binnenziekenhuis, maar daar was paniek.
Op een gegeven moment lag ik op een bank of zoiets, dat bleek later in het Diaconessen ziekenhuis te zijn in de Parklaan, wie mij uitgekleed en in bed gedaan had, weet ik niet, ook niet wie de dokter was die mij verbonden en onderzocht had.

Nu gaan we naar Maandag 7 december.

Het zal ongeveer twaalf uur geweest zijn (denk ik) dat er een paar personen bij mijn bed waren en maar riepen en vroegen: “Hoe heet je en waar woon je?”
Ik herinner mij dat ik aan het einde van mijn het bed een priester zag staan, onbewust heb ik mijn naam en straat genoemd waar ik woonde.
Zoals ik later hoorde, zijn mijn ouders, broers en zuster direct gekomen, want die zaten in het ongewisse waar ik was, (mijn vriend Gerard was dood onder het puin vandaan gehaald)
Wie er die maandag bij mij op bezoek geweest was, dat weet ik niet, ik was weer buiten bewustzijn.
Zoals ik later hoorde, zag ik er onooglijk uit, zij herkenden mij niet. mijn hoofd zat in het verband en de rest van mijn gezicht was een korst bloed vermengd met stof en gruis van het bombardement.
Het ergste vond ik, toen alles weer een beetje normaal was met mij, dat ik mijn vriend verloren had, en nu nog vraag ik mij af, wij waren altijd samen en waarom niet op 6 december, waarom moesten wij uit elkaar?

Noodlot!! Voorziening?

Daar zal ik nooit een antwoord op krijgen, daar zit ik mee!! ”
Bron: website familie vanhirsel.nl

Begraven op het Catharina Kerkhof graf nr E342, het graf is rond 1993 geruimd.

Het verhaal gaat, dat zijn vader (opa van Hirsel) meehielp met puinruimen, toen een collega de (nieuwe) jas van ome Gerard herkende. Hij heeft opa weggestuurd en toen het lichaam geborgen was, hebben ze opa pas ingelicht.
(Bron: R. van Hirsel)



Netwerk Oorlogsbronnen: https://www.oorlogsbronnen.nl/tijdlijn/Gerardus-Lambertus-Maria-van-Hirsel/84/6330